Tekst 1: Huhtamo, E. Slots of Fun, Slots of Trouble: An Archeology of Arcade Gaming. Hoofdstuk 1, pp. 3-21.
Waarom begint de auteur met machines in fabrieken als voorloper van machines voor amusement? Wat is de functie van deze ‘geschiedenis’ als voorloper van de amusementmachines? Waarvoor gebruikt de auteur het?
Tekst 2: Malliet, S. & Meyer, G. de. The History of the Video Game. Hoofdstuk 2, pp. 23-45.
Valt de geschiedenis van de videogame wel zo duidelijk in te delen in tijdperken met eigen specifieke karakteristieken zoals de auteurs doen voorkomen? Zijn er nog andere dingen aan te wijzen die de auteurs buiten beschouwing hebben gelaten maar die wel bij de geschiedenis van de videogame behoren? (Bijv. de zeer marginale behandeling van de PC game).
Tekst 3: Uricchio, W. Simulation, History, and Computer Games. Hoofdstuk 21, pp. 327-338.
Hoe gebruikt Uricchio de termen ‘representatie’ en ‘simulatie’? Wat wil hij met deze termen? p 332-335.
Kan een game wel ooit daadwerkelijk recht doen aan ‘geschiedenis’? Zo niet, geldt dat dan ook niet voor een boek?
Algemene vraag:
Huhtamo begint een archeologie van arcade gaming met de slotmachine, Malliet en Meyer beginnen bij het eerste spelletje geprogrammeerd op de computer (dus ruim 50 jaar later). Zijn deze twee manieren van geschiedschrijving met elkaar in verband te brengen en kan men er zodoende één geschiedenis uit voor laten komen of staat de(pre) geschiedenis die Huhtamo beschrijft geheel op zichzelf?
Waarom begint de auteur met machines in fabrieken als voorloper van machines voor amusement? Wat is de functie van deze ‘geschiedenis’ als voorloper van de amusementmachines? Waarvoor gebruikt de auteur het?
Tekst 2: Malliet, S. & Meyer, G. de. The History of the Video Game. Hoofdstuk 2, pp. 23-45.
Valt de geschiedenis van de videogame wel zo duidelijk in te delen in tijdperken met eigen specifieke karakteristieken zoals de auteurs doen voorkomen? Zijn er nog andere dingen aan te wijzen die de auteurs buiten beschouwing hebben gelaten maar die wel bij de geschiedenis van de videogame behoren? (Bijv. de zeer marginale behandeling van de PC game).
Tekst 3: Uricchio, W. Simulation, History, and Computer Games. Hoofdstuk 21, pp. 327-338.
Hoe gebruikt Uricchio de termen ‘representatie’ en ‘simulatie’? Wat wil hij met deze termen? p 332-335.
Kan een game wel ooit daadwerkelijk recht doen aan ‘geschiedenis’? Zo niet, geldt dat dan ook niet voor een boek?
Algemene vraag:
Huhtamo begint een archeologie van arcade gaming met de slotmachine, Malliet en Meyer beginnen bij het eerste spelletje geprogrammeerd op de computer (dus ruim 50 jaar later). Zijn deze twee manieren van geschiedschrijving met elkaar in verband te brengen en kan men er zodoende één geschiedenis uit voor laten komen of staat de(pre) geschiedenis die Huhtamo beschrijft geheel op zichzelf?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten